Psychedelica kunnen...
 

Psychedelica kunnen farmacologisch antidepressief werken, ook al duwt het veld vaak richting psychotherapie

1 posts
1 users
0 Reactions
6 views
Marcel
(@marcel)
Posts: 2493
Famed Member Admin
Topic starter
 
[#2796]

De manier waarop over psychedelica wordt gesproken, suggereert vaak dat het middel vooral een hulpmiddel is om psychotherapie krachtiger te maken. Dat beeld is begrijpelijk, maar wetenschappelijk nog niet volledig eerlijk. Er stapelen zich namelijk aanwijzingen op dat serotonerge psychedelica zelf, dus als farmacologische interventie, al een duidelijk antidepressief effect kunnen hebben. Tegelijk blijft de moderne literatuur sterk gekleurd door het model van psychedelic-assisted psychotherapy, mede omdat veel studies worden ontworpen, uitgevoerd en geïnterpreteerd door psychiaters, psychologen en psychotherapeuten. Dat betekent niet automatisch dat hun conclusies onjuist zijn, maar wel dat er een structurele bias kan ontstaan richting therapie als voorkeursverklaring. 

Waarom die bias richting psychotherapie logisch is

Het huidige psychedelica-veld is voor een groot deel opgebouwd vanuit psychiatrie en psychologie. Dat zie je terug in de onderzoeksteams, in de studiemodellen en in de taal waarmee resultaten worden beschreven. Een recente methodologische paper noemt expliciet dat psychedelic-assisted therapy als een complexe interventie moet worden gezien en bespreekt ook problemen zoals blinding bias en allegiance bias. Met allegiance bias wordt bedoeld dat onderzoekers of behandelcentra vaak al impliciet of expliciet gehecht zijn aan een bepaald therapeutisch model, wat invloed kan hebben op ontwerp, uitvoering en interpretatie van studies. Daarnaast laat een meta-analyse uit 2026 zien dat meer voorbereidende psychologische therapie samenhing met sterkere afname van depressieve symptomen, maar diezelfde publicatie merkt ook op dat veel studies een hoog risico op bias hebben, onder meer door moeilijke blindering. Dat maakt het dus mogelijk dat therapie soms echt helpt, maar ook dat het belang van therapie in deze literatuur relatief snel wordt uitvergroot.

Het sterkste recente argument voor een farmacologisch effect

De meest directe klinische aanwijzing komt uit de nieuwe JAMA Psychiatry-studie met inhaled GH001, een formulering van 5-MeO-DMT, bij therapieresistente depressie. In die studie was het starten of aanpassen van psychotherapie tijdens de trial verboden. De onderzoekers vermelden bovendien expliciet dat er wel psychologische ondersteuning volgens standaardzorg was, maar geen geplande psychotherapeutische interventie vóór, tijdens of na de dosering. Toch was het antidepressieve effect groot: de depressiescores daalden significant sterker dan bij placebo en de remissie op dag 8 lag op 57,5 procent in de GH001-groep tegenover 0 procent in de placebogroep. Dat is niet zomaar compatibel met het idee dat alleen de psychotherapie werkt. Deze studie laat juist zien dat een serotonerg psychedelicum zelf een forse antidepressieve bijdrage kan leveren, ook zonder een uitgewerkt therapieprotocol als actieve behandelcomponent. (JAMA Network)

Ook de eerdere fase 1/2-studie met GH001 wees al in die richting. Daar schreven de auteurs dat de korte werkingsduur van GH001 toediening zonder specifieke psychotherapeutische interventies vergemakkelijkt, en dat voorbereiding en steun in hun programma onderdeel waren van standaard medische zorg, niet van een geïntegreerde psychotherapeutische behandeling. Ook in dat kleine onderzoek werden snelle en krachtige antidepressieve effecten gezien. (PMC)

Ayahuasca laat ook zien dat het middel zelf ertoe doet

Ayahuasca wordt vaak in één adem genoemd met ceremonie, ritueel en begeleiding, waardoor mensen snel aannemen dat het effect vooral contextueel of psychotherapeutisch is. Maar in de gerandomiseerde placebo-gecontroleerde studie bij therapieresistente depressie was er geen uitgebreid psychotherapieprotocol zoals in veel moderne psilocybine-onderzoeken. De sessie vond plaats in een rustige, gecontroleerde omgeving, deelnemers kregen uitleg over mogelijke effecten en steun indien nodig, maar het ontwerp draaide niet om een meerdaagse therapeutische behandeling. Ondanks dat soberdere kader werden toch snelle antidepressieve effecten gevonden ten opzichte van placebo. 

Daar komt nog iets belangrijks bij. In een biomarker-analyse van dezelfde ayahuasca-trial werden 48 uur na de sessie hogere serum-BDNF-spiegels gevonden in de ayahuasca-groep dan in de placebogroep, en hogere BDNF hing samen met lagere depressiesymptomen. Dat wijst op een biologisch effect dat verder gaat dan alleen “een betekenisvolle ervaring”. Het suggereert dat ayahuasca ook via neurotrofe en neuroplastische routes iets in gang zet. (PMC)

DMT en 5-MeO-DMT passen goed bij een farmacologisch model

DMT en 5-MeO-DMT zijn bij uitstek interessant omdat ze zo kort werken. Juist daardoor zijn ze minder afhankelijk van urenlange begeleiding dan bijvoorbeeld LSD of psilocybine. In natuurlijke of semi-natuurlijke settings zijn bij 5-MeO-DMT al langer verbanden gezien met verbeteringen in depressie en angst zonder dat er sprake was van formele psychotherapie. Dat is geen hard bewijs zoals een grote dubbelblinde trial, maar het past wel bij het idee dat deze middelen op zichzelf therapeutisch relevante veranderingen kunnen induceren.

Bij DMT is het beeld gemengder. De nieuwe fase IIa-studie met intraveneuze DMT bij depressie gebruikte wel psychotherapeutische ondersteuning, deze studie kan je niet zien als zuiver bewijs voor werking zonder therapie. Toch zijn er daarnaast ook prospectieve en placebo-gecontroleerde gegevens bij gezonde vrijwilligers waarin 1 tot 2 weken na DMT significante verbeteringen in depressiescores werden gezien. Dat zijn geen depressiebehandelingen in klinische zin, maar ze ondersteunen wel de hypothese dat DMT zelf snel veranderingen in stemming kan uitlokken.

BDNF is een van de duidelijkste biologische routes

Een van de meest besproken farmacologische mechanismen is verhoging van neuroplasticiteit. BDNF speelt daarin een centrale rol. De ayahuasca-studie gaf al een menselijk signaal dat BDNF binnen 48 uur kan stijgen bij mensen met depressie. Daarnaast beschrijven recente reviews dat psychedelica neuroplastische processen stimuleren en dat BDNF daar waarschijnlijk een belangrijk onderdeel van is. Dat helpt verklaren waarom sommige effecten zo snel optreden en daarna langer kunnen doorwerken dan je op basis van de acute trip alleen zou verwachten.

Inflammatieverlaging is waarschijnlijk meer dan een bijzaak

Depressie heeft bij een deel van de mensen ook een inflammatoire component. Daarom is het relevant dat recente reviews beschrijven dat psychedelica neuroinflammatie kunnen verlagen, vooral via 5-HT2A-gemedieerde routes en invloed op onder andere NF-κB, PI3K/Akt en mTOR. Een systematische review uit 2025 concludeerde bovendien dat klassieke psychedelica bestaande ontstekingsactiviteit kunnen verlichten, al waren de bevindingen niet in elke context uniform. Ook preklinisch DMT-onderzoek laat anti-inflammatoire effecten zien, waaronder remming van pro-inflammatoire cytokines en chemokines. Dat alles bewijst nog niet dat het antidepressieve effect volledig door inflammatieverlaging komt, maar het ondersteunt wel een serieus farmacologisch model. 

https://triptherapie.nl/wp-content/uploads/elementor/thumbs/7dd79906-db8d-46e2-b0c9-4b83508ebf22-r1aur0wadgoaaewe20kvc79we6ssy20ok8nwq0zy80.webp

Neurogenese en bredere neuroplasticiteit maken het verhaal biologisch plausibel

Naast BDNF wordt ook neurogenese vaak genoemd. Het is belangrijk om daar precies in te blijven. Bij mensen is neurogenese lastig direct te meten, dus veel van het bewijs is indirect of preklinisch. Toch is de richting consistent. Reviews uit 2024 en 2025 beschrijven dat psychedelica veranderingen in neurale plasticiteit, neurietgroei, spinogenesis en mogelijk neurogenese bevorderen. Daarnaast liet een dierstudie in Neuropsychopharmacology zien dat 5-HT2A-agonisten antidepressant-achtige effecten konden geven die niet volledig afhankelijk leken van de klassieke hallucinogene eigenschappen. Dat is conceptueel belangrijk, omdat het suggereert dat antidepressieve werking in elk geval deels losgekoppeld kan zijn van de psychologische beleving als enige verklaring.

Telomeren en telomerase zijn interessant, maar meer onderzoek is nodig

Op het gebied van veroudering en celbiologie is de situatie nog speculatiever. Voor psilocybine is er sinds 2025 wel experimenteel bewijs dat psilocine in humane fibroblasten cellulaire levensduur kan verlengen en dat psilocybine in oude muizen de overleving verbeterde. In dat onderzoek werden ook behoud van telomeerlengte, minder oxidatieve stress en verbeterde DNA-schaderesponsen gezien. Dat is interessant, omdat het aansluit bij ideeën over cellulaire veerkracht en herstel.

Maar telomerase is een ander verhaal. Voor klassieke psychedelica is er op dit moment geen stevig klinisch bewijs dat telomerase-activiteit bij mensen betrouwbaar verhoogd wordt. Er bestaan hypotheses en theoretische papers over psilocybine en telomeren, maar dat is nog geen hard aangetoonde menselijke uitkomst. De sterkste recente data gaan dus over telomeerlengtebehoud en markers van DNA-stabiliteit in cellen en dieren, niet over overtuigend bewezen telomerase-activatie in patiënten. Dus of psychedelica via de DNA-route kunnen helpen bij depressie moet nog blijken.

 

De push richting psychotherapie is dus deels inhoudelijk en deels cultureel

Psychotherapie is niet nutteloos in het psychedelica-veld. Voor voorbereiding, veiligheid, integratie en gedragsverandering kan begeleiding heel waardevol zijn. Bovendien suggereren meta-analyses dat meer therapie-uren samen kunnen gaan met betere uitkomsten. Maar daaruit volgt niet automatisch dat de farmacologie secundair is. De kortwerkende DMT- en 5-MeO-DMT-lijn laat juist zien dat het middel zelf al snel en substantieel effect kan hebben, zelfs wanneer formele psychotherapie minimaal is of geen integraal onderdeel van de interventie vormt.

Daarmee ontstaat een spanningsveld. Enerzijds is het voor clinici logisch om psychedelica te verpakken in een psychotherapeutisch model, omdat dat veiliger, bekender en beter te reguleren is. Anderzijds kan dat model de blik vernauwen, waardoor men te weinig erkent dat serotonerge psychedelica mogelijk ook gewoon krachtige, snelwerkende biologische antidepressiva zijn. Vooral in een veld dat sterk bemand wordt door psychotherapeuten en psychiaters met therapeutische kaders, is dat risico reëel. De literatuur zelf erkent inmiddels al dat blinding, verwachting en allegiance bias belangrijke methodologische problemen zijn.

https://triptherapie.nl/wp-content/uploads/elementor/thumbs/Psychedelische-therapie-zonder-psychotherapie-rbm1acsktxoi3b035llyd2ohi80tejgen9g2kbe8zk.avif

Conclusion

De eerlijkste conclusie is daarom niet dat psychotherapie onbelangrijk is, maar dat het huidige discours te vaak doet alsof psychedelica alleen werken doordat ze therapie verdiepen. Daar is het bewijs inmiddels te sterk voor geworden om dat nog vol te houden. Ayahuasca, DMT en vooral 5-MeO-DMT laten zien dat serotonerge psychedelica ook zonder uitgebreid psychotherapieprotocol snelle antidepressieve effecten kunnen geven. Biologisch is dat plausibel door werkingsmechanismes zoals BDNF-verhoging, neuroplasticiteit, mogelijke neurogenese en waarschijnlijk ook inflammatiemodulatie. Voor telomeer- en verouderingsmechanismen is het signaal interessant, maar daar moet nog veel worden bevestigd, zeker als het om telomerase gaat.

De komende jaren zal de belangrijkste vraag waarschijnlijk niet zijn óf psychotherapie een rol kan hebben, maar hoeveel van het effect van psychedelica werkelijk farmacologisch is, hoeveel contextueel, en hoeveel ontstaat uit de wisselwerking tussen beide. Tot nu toe wijst het bewijs in elk geval duidelijk in één richting: deze middelen zijn waarschijnlijk niet alleen psychotherapeutische katalysatoren, maar ook farmacologisch actieve antidepressiva. Hierdoor rijst ook de vraag of psychedelica sessies ook net zo effectief kan zijn onder begeleiding met tripsitters of andere therapeuten dan psychotherapeuten, zoals ook besproken in het artikel: Psychedelica zonder psychotherapie


 
Posted : 30 March 2026 08:48