Een Australisch onderzoeksteam, met onderzoekers van onder meer de University of Sydney, Monash University en Eastern Health, heeft in BMJ Open het studieprotocol gepubliceerd voor de MPATHY-studie (MDMA-assisted PTSD and Alcohol Therapy Trial).
Deze dubbelblinde, gerandomiseerde en gecontroleerde trial onderzoekt of MDMA de effectiviteit kan vergroten van bestaande, bewezen therapie voor mensen die zowel PTSS als een alcoholverslaving hebben, een combinatie die notoir lastig te behandelen is.
Ook dit betreft, zoals bij de eerder besproken psiAN- en New Mexico-protocollen, nog geen resultatenpublicatie maar een vooraf vastgelegd onderzoeksontwerp.
De behandeling van gelijktijdige PTSS en een alcoholgebruiksstoornis (AUD) is aanzienlijk uitdagender dan de behandeling van elk van beide aandoeningen afzonderlijk.
Ook met de huidige gouden-standaardbehandelingen wordt maar bij ongeveer de helft van de deelnemers in klinische trials een klinisch significante verbetering waargenomen.
De onderzoekers stellen dat aanvullende farmacotherapie, zoals MDMA, deze bestaande behandelingen mogelijk kan versterken.
Dit wordt beschreven als een wereldwijde primeur: de eerste dubbelblinde trial die MDMA specifiek test als aanvulling op geïntegreerde exposuretherapie voor deze comorbiditeit.
In totaal worden 100 deelnemers met PTSS en AUD gerandomiseerd naar twee groepen.
Beide groepen krijgen COPE (Concurrent Treatment of PTSD and Substance Use Disorders Using Prolonged Exposure), een bestaand, wetenschappelijk onderbouwd therapieprotocol van 12 sessies.
De ene groep krijgt daarbij MDMA (80–160 mg, verdeeld over 2 doseersessies plus 2 integratiesessies), de andere groep krijgt een actieve controle van 250 mg niacine, eveneens in 2 doseer- en 2 integratiesessies.
Alle deelnemers ontvangen daarnaast reguliere medische begeleiding gedurende het traject.
De primaire PTSS-uitkomstmaat is de klinisch afgenomen CAPS-5 (Clinician-Administered PTSD Scale for DSM-5).
De primaire drinkuitkomst is het aantal zware drinkdagen per week, geobjectiveerd met de biomarker fosfatidylethanol in het bloed, in plaats van uitsluitend te vertrouwen op zelfrapportage.
Secundaire uitkomstmaten omvatten onder meer de zelfrapportagevragenlijst PCL-5, het percentage deelnemers zonder zware drinkdagen, het gemiddeld aantal standaardglazen per drinkdag, en veranderingen in depressie, slaapproblemen en posttraumatische denkpatronen.
Daarnaast wordt gekeken naar behandeltevredenheid, betrokkenheid, bijwerkingen en, opvallend, kosteneffectiviteit, iets wat lang niet in elke psychedelica-trial wordt meegenomen.
De studie wordt uitgevoerd volgens de Verklaring van Helsinki en de internationale Good Clinical Practice-richtlijnen, met ethische goedkeuring van het Sydney Local Health District Ethics Review Committee.
De trial is geregistreerd onder nummer NCT05709353 en de onderzoekers benadrukken dat de resultaten wereldwijde primeurdata zullen opleveren over veiligheid, effectiviteit én kosteneffectiviteit van MDMA voor deze specifieke comorbiditeit.
Deze studie is klinisch relevant omdat PTSS en alcoholverslaving in de praktijk zeer vaak samen voorkomen, denk aan veteranen, slachtoffers van huiselijk of seksueel geweld, en mensen met een vroege traumageschiedenis, en omdat behandelaren deze twee problemen doorgaans na elkaar of gescheiden van elkaar behandelen, terwijl ze elkaar juist in stand kunnen houden.
Het gebruik van de fosfatidylethanol-biomarker als objectieve maat voor alcoholgebruik is methodologisch een sterk punt, omdat zelfrapportage over drinkgedrag notoir onbetrouwbaar kan zijn, zeker bij mensen die nog middenin een verslaving of herstelproces zitten.
Ook de nadruk op kosteneffectiviteit is opvallend: veel MDMA- en psilocybinetrials richten zich vrijwel uitsluitend op klinische uitkomsten, terwijl de daadwerkelijke opschaling van deze behandelingen binnen zorgsystemen uiteindelijk ook staat of valt met de vraag of het betaalbaar te organiseren is.
Mocht deze studie positieve resultaten opleveren, dan zou dat een belangrijk signaal zijn dat MDMA-geassisteerde therapie niet alleen bij "zuivere" PTSS werkt, maar ook bij de complexere, veelvoorkomende comorbide gevallen waar de meeste bestaande behandelingen nu tekortschieten.