![]()
Op basis van het bovenstaande nieuwe artikel en onderzoek of psilocybine kan helpen bij het stoppen met roken:
Wie zoekt op paddo’s en truffels om te stoppen met roken, komt al snel uit bij psilocybine. Juist rond rookverslaving wordt psilocybine steeds serieuzer genomen, omdat veel klassieke methoden wel iets helpen, maar op de lange termijn vaak beperkt succesvol blijven. Dat maakt deze nieuwe vergelijkende studie interessant, want daarin werd psilocybine niet vergeleken met placebo, maar met een bestaande en geaccepteerde behandeling: nicotinepleisters, allebei gecombineerd met hetzelfde cognitieve gedragstherapieprogramma.
De studie werd uitgevoerd aan Johns Hopkins Bayview Medical Center in Baltimore en gepubliceerd in JAMA Network Open in maart 2026. Het ging om een gerandomiseerde pilotstudie bij 82 psychiatrisch gezonde volwassen rokers. De gemiddelde leeftijd was 47,6 jaar, deelnemers rookten gemiddeld 15,7 sigaretten per dag en hadden mediaan al zes eerdere stoppogingen achter de rug. Van de 82 deelnemers kwamen er 42 in de psilocybinegroep en 40 in de nicotinepleistergroep terecht.
Beide groepen kregen een volledig 13 weken durend, handmatig uitgewerkt CBT-programma voor stoppen met roken. Dat is belangrijk, want het effect werd dus niet los van begeleiding onderzocht. De psilocybinegroep kreeg op de target quit date in week 5 één hoge dosis psilocybine van 30 mg per 70 kg lichaamsgewicht. De nicotinepleistergroep startte diezelfde stopdag met een FDA-goedgekeurd nicotinepleisterschema van 8 tot 10 weken, waarbij zwaardere rokers begonnen met 21 mg per dag, daarna afbouwden naar 14 mg en vervolgens 7 mg. (Triptherapie)
De belangrijkste uitkomstmaat was biochemisch bevestigde langdurige abstinentie na zes maanden. De onderzoekers vertrouwden dus niet alleen op wat deelnemers zelf aangaven, maar controleerden abstinentie onder andere met uitgeademde koolmonoxide en urinaire cotinine. De analyse gebeurde bovendien volgens intention-to-treat, wat betekent dat uitvallers of niet-bereikbare deelnemers als niet-abstinent werden meegeteld. Dat maakt de resultaten methodologisch sterker.
Na zes maanden bleek 40,5 procent van de psilocybinegroep biochemisch bevestigd langdurig rookvrij, tegenover 10,0 procent in de nicotinepleistergroep. Voor 7-daagse point prevalence abstinence lag dat op 52,4 procent versus 25,0 procent. Statistisch vertaald kwam dat neer op een odds ratio van 6,12 voor langdurige abstinentie en 3,30 voor 7-daagse abstinentie in het voordeel van de psilocybinegroep. Ook waren er geen ernstige bijwerkingen die aan psilocybine of nicotinepleister werden toegeschreven. (PubMed)
Ook op het dagelijkse sigarettengebruik tussen de stopdatum en zes maanden later scoorde de psilocybinegroep beter. Het model schatte gemiddeld 1,69 sigaretten per dag voor de psilocybinegroep tegenover 3,64 voor de nicotinepleistergroep, wat neerkomt op ongeveer 53,7 procent minder. Zelfs vlak na de stopdag zag je al een verschil, want op de dag na de target quit date meldde 90,5 procent van de psilocybinegroep dat ze minstens 24 uur niet hadden gerookt, tegenover 80 procent in de nicotinepleistergroep.
Wat dit extra interessant maakt, is dat de nicotinepleistergroep niet ongewoon zwak presteerde. In het oorspronkelijke stuk wordt uitgelegd dat de uitkomsten van de nicotinepleistergroep juist redelijk aansluiten bij de literatuur, waardoor de voorsprong van psilocybine serieuzer genomen kan worden. Het gaat hier dus niet om een onrealistisch slechte vergelijking, maar om een vergelijking met een geloofwaardige standaardaanpak.

Deze studie maakt indruk omdat er direct werd vergeleken met een bestaande behandeling, omdat beide groepen CBT kregen, omdat abstinentie biochemisch werd gecontroleerd en omdat uitvallers niet uit de analyse verdwenen. Tegelijk moet je eerlijk blijven over de beperkingen. Het was een pilotstudie, de studie was niet geblindeerd en de deelnemers waren psychiatrisch gezond, hoofdzakelijk wit, relatief vaak hoogopgeleid en hadden opvallend vaak al eerdere ervaring met klassieke psychedelica. Daardoor is de generaliseerbaarheid beperkt.
Er is nog een belangrijk punt. De psilocybinegroep kreeg ook meer contacttijd in het traject, mediaan 29,6 uur tegenover 16,8 uur in de nicotinepleistergroep. Volgens de auteurs kwam dit verschil vooral door de 8 tot 9 uur durende psilocybinedag en de debriefing de dag erna. Dat betekent dat een deel van het voordeel mogelijk niet alleen voortkomt uit de stof zelf, maar uit de combinatie van intensieve ervaring, extra therapeutische aandacht en betekenisgeving. Juist dat is relevant als je naar rookverslaving kijkt als iets dat meer vraagt dan alleen symptoombestrijding
Deze rookstopstudie sluit goed aan op hoe Triptherapie al langer naar verslaving kijkt. In het oorspronkelijke artikel wordt de link gelegd met het idee dat psilocybine na omzetting naar psilocine aangrijpt op 5HT2-receptoren en dat stimulatie van 5HT2A samenhangt met meer BDNF, meer nieuwe verbindingen en meer ruimte voor nieuwe keuzes. Daarnaast wordt benadrukt dat de voorbereiding van een sessie veel belangrijker is dan mensen vaak denken, omdat voorbereiding invloed heeft op psyche, neurochemie, lichaam en uiteindelijk ook op de uitkomst van het traject.
De kernvraag is dan niet alleen of psilocybine werkt, maar ook hoe je iemand het best voorbereidt op blijvende verandering. Daar komen ondersteunende factoren in beeld. Niet als vervanging van psilocybine en ook niet met hetzelfde niveau van bewijs, maar als mogelijke versterkers van rust, veerkracht, stressregulatie en volhoudbaarheid. Dat is precies de holistische lijn die in het originele artikel wordt uitgewerkt.
Bij Triptherapie wordt rookverslaving niet benaderd als alleen een nicotineprobleem, maar als een samenspel van gewoonte, stress, onrust, neurochemie en coping. Daarom wordt in het originele stuk gepleit voor synergie tussen psychedelica, leefstijlcoaching, gesprekstherapie, supplementen, voorbereiding en integratie. De gedachte is niet dat losse supplementen een volwaardige rookstopbehandeling vervangen, maar dat ze als ondersteunende laag kunnen bijdragen aan meer rust, minder spanning en een stabieler fundament voor verandering.
GABA wordt in het oorspronkelijke artikel beschreven als een remmende neurotransmitter die kan helpen bij overactiviteit, spanning, angstreacties, ontspanning en slaap. Dat maakt GABA inhoudelijk relevant voor mensen die niet alleen roken vanwege nicotine, maar ook om innerlijke onrust te dempen. In dezelfde lijn wordt uitgelegd dat nicotine niet alleen dopamine beïnvloedt, maar ook glutamaat en GABA in mesocorticolimbische circuits, en dat meer GABA-transmissie of minder glutamaattransmissie de belonende werking van nicotine en cue-geïnduceerd zoeken naar nicotine mogelijk kan verminderen.
Daarmee is nog niet bewezen dat een GABA-supplement op zichzelf een effectieve rookstopbehandeling is. Wel wordt de GABA-route in het originele artikel neergezet als een logische ondersteunende laag. Er worden ook praktische manieren genoemd om GABA beter te laten werken, zoals voeding, supplementen, wandelen in de natuur, meditatie, knuffelen, muziek en dans. Tegelijk wordt gewaarschuwd om voorzichtig te zijn met combinaties met benzodiazepinen, barbituraten, antidepressiva of alcohol.

Vitamine B6 wordt in het originele artikel genoemd omdat het betrokken is bij de synthese van GABA. Daarbij wordt verwezen naar een dubbelblinde, placebo-gecontroleerde studie bij jonge volwassenen waarin dagelijks 100 mg vitamine B6 gedurende 30 tot 35 dagen leidde tot minder zelfgerapporteerde angst en aanwijzingen gaf voor meer inhiberende GABAerge invloed. Dat is geen rookstoponderzoek, maar het wordt wel biologisch relevant genoemd voor mensen bij wie rookgedrag sterk samenhangt met spanning of angst.
De nuance is belangrijk. De stap van minder angst naar minder rookdrang blijft een hypothese en geen bewezen causale lijn. Toch past B6 binnen het bredere model waarin het versterken van de remmende kant van het zenuwstelsel iemand mogelijk minder afhankelijk maakt van nicotine als kalmeringsmiddel.
Arginine komt in het oorspronkelijke artikel naar voren via een dierstudie uit 2002, waarin werd onderzocht of L-arginine via stikstofmonoxide de doorlaatbaarheid van de bloed-hersenbarrière voor GABA kon vergroten. In die studie verhoogden GABA en L-arginine ieder apart de hersen-GABA, terwijl de combinatie een veel grotere stijging gaf. Daarnaast wordt humaan onderzoek genoemd waarin L-lysine plus L-arginine samen stress en angstgevoeligheid leken te verlagen.
Ook hier geldt dat dit geen direct bewijs is voor stoppen met roken en ook niet voor arginine als zelfstandige interventie. In het originele stuk wordt arginine daarom vooral gepositioneerd als mogelijke ondersteuning in het voortraject, vooral bij mensen die roken vanuit nervositeit, alertheid of een opgejaagd systeem. Het niveau van bewijs ligt daarbij duidelijk lager dan bij psilocybine.
DHEA en DHEAS worden in het originele artikel beschreven als stoffen die waarschijnlijk iets zeggen over stressbestendigheid, stemming en de kans op terugval. Bij rokers zouden hogere DHEAS-waarden vaker samengaan met minder sombere of gespannen gevoelens en minder trek in nicotine. Ook wordt genoemd dat de verhouding tussen DHEA en cortisol tijdens stoppen met roken iets kan zeggen over het risico op terugval in de eerste periode zonder sigaretten
Het sterkste argument voor DHEA in het originele stuk komt uit onderzoek bij mensen met meerdere verslavingen tegelijk, waarbij deelnemers een maand lang dagelijks 100 mg DHEA of placebo kregen. De DHEA-groep voelde zich minder negatief tijdens de behandeling en gebruikte in de maanden daarna minder vaak opnieuw verslavende middelen. Dat ging niet specifiek over roken, maar wordt wel genoemd als aanwijzing dat DHEA mogelijk relevant kan zijn bij stress, stemming en terugvalgevoeligheid rond rookverslaving.
Een belangrijk onderdeel van het originele artikel is dat leefstijl niet als bijzaak wordt gezien. Bij Triptherapie gaat het volgens de tekst ook om het in balans brengen van neurochemie met voeding, supplementen en praktische adviezen die passen bij de situatie van de persoon. Daarbij worden neurotransmitters als GABA, serotonine, dopamine en acetylcholine genoemd, met als doel het zenuwstelsel rustiger en stabieler te maken.
Juist zo’n stabielere basis kan maken dat iemand minder snel naar nicotine grijpt bij stress, onrust of vermoeidheid. Het doel is niet om roken alleen met leefstijl te vervangen, maar om de onderliggende kwetsbaarheden kleiner te maken. Wie beter slaapt, minder schommelt in energie, meer rust ervaart en emotioneel beter herstelt, heeft simpelweg meer kans om oude patronen blijvend los te laten.
Paddo’s en truffels om te stoppen met roken klinkt misschien sensationeel, maar de inhoud erachter is serieuzer dan veel mensen denken. Op basis van deze pilotstudie geeft psilocybine op dit moment een sterk wetenschappelijk signaal bij rookverslaving, sterker dan nicotinepleisters binnen deze vergelijkende opzet. Tegelijk laat het geheel ook zien dat voorbereiding, begeleiding, betekenisgeving en integratie vermoedelijk een belangrijk deel van het effect dragen.
De eerlijkste conclusie is daarom niet dat alle genoemde onderdelen samen al als één bewezen vaste behandeling vaststaan. Wat je wel kunt zeggen, is dat ze samen een logisch en inhoudelijk sterk geheel vormen. GABA past vooral bij meer rust en minder onrust, B6 mogelijk bij ondersteuning van GABA, arginine bij stress en remming, DHEA bij stemming en terugval, en leefstijlcoaching bij een stabielere neurochemische basis. Binnen dat geheel is psilocybine het onderdeel met de sterkste directe aanwijzing voor effectiviteit.
Bij Triptherapie wordt daarom niet alleen gewerkt met een sessie op zichzelf, maar met een protocol waarin veiligheid, intake, leefstijl, neurochemische balans, intentie, begeleiding tijdens de sessie en integratie samenkomen. Volgens het originele artikel is dat vooral geschikt voor mensen die niet alleen tijdelijk willen stoppen, maar ook willen begrijpen waarom de verslaving is ontstaan en hoe een nieuwe richting beter kan worden volgehouden.
Wie gebruik wil maken van een Triptherapie-protocol bij verslaving of rookverslaving, kan zich aanmelden voor een intake om te bekijken welke vorm van begeleiding het best past. In het oorspronkelijke stuk wordt daarnaast ook verwezen naar de agenda voor groepssessies, de agenda voor privésessies en de contactmogelijkheden, zodat iemand kan bepalen welke route het beste aansluit bij de eigen situatie.
Het originele artikel sluit af met praktijkverhalen, juist omdat herkenbare ervaringen voor veel mensen meer zeggen dan theorie alleen. Daar worden negen voorbeelden genoemd, waaronder verhalen over een duidelijke reset richting gezonder leven, twee MDMA-sessies met blijvende verandering, een truffelceremonie rond alcoholverslaving, een individuele sessie om gewoontes te doorbreken, een thuissessie met aandacht voor voorbereiding en veiligheid, een bijzondere ervaring met Janneke, een eerste truffelsessie, een ervaring van iemand die met psychedelica antwoorden zocht en een review van iemand die na twintig jaar roken stopte na een tweede sessie met Marcel.
Juist die praktijkverhalen onderstrepen de centrale boodschap van het stuk. Een doorbraak ontstaat meestal niet door één los moment, maar door de combinatie van voorbereiding, leefstijl, begeleiding tijdens de sessie en integratie in het dagelijks leven. Dat is precies waarom paddo’s en truffels in deze context niet als los middel worden neergezet, maar als onderdeel van een breder traject van verandering.
Zie hier de recensies met verslaving erin