2C-B en psilocybine...
 

2C-B en psilocybine veranderen hersennetwerken op vergelijkbare, maar niet identieke wijze

1 posts
1 users
0 Reactions
25 views
(@research)
Posts: 675
Illustrious Member Admin
Topic starter
 
[#2852]

A nieuwe studie in Molecular Psychiatry onderzocht met 7 Tesla fMRI hoe 2C-B en psilocybine de functionele organisatie van het brein beïnvloeden. Beide psychedelica verminderden de samenhang binnen bepaalde hersennetwerken en verhoogden juist de verbindingen tussen netwerken. Ook nam de complexiteit van hersensignalen toe. De studie laat zien dat 2C-B op sommige punten lijkt op klassieke psychedelica zoals psilocybine, maar ook een eigen profiel heeft. Het gaat niet om een behandelstudie, maar om fundamenteel hersenonderzoek bij gezonde vrijwilligers.

2C-B en psilocybine onder de hersenscanner

Een nieuwe publicatie in Molecular Psychiatry onderzocht wat er in het brein gebeurt na toediening van 2C-B en psilocybine. De studie werd gepubliceerd op 3 februari 2026 en draagt de titel Spatiotemporal mapping of brain organisation following the administration of 2C-B and psilocybin. Het onderzoek is interessant omdat 2C-B veel minder goed wetenschappelijk onderzocht is dan psilocybine, terwijl het wel behoort tot de psychedelische fenethylamines en in subjectieve effecten deels overlap kan vertonen met klassieke psychedelica.

De onderzoekers gebruikten 7 Tesla resting-state fMRI om de acute effecten van 20 mg 2C-B, 15 mg psilocybine en placebo te vergelijken. Het ging om een dubbelblinde, gerandomiseerde, placebogecontroleerde crossover-studie bij gezonde vrijwilligers. In totaal deden 22 deelnemers mee, met uiteindelijk 20 bruikbare datasets na kwaliteitscontrole van de fMRI-data. 

Wat werd er onderzocht?

De onderzoekers keken niet naar therapeutisch effect, maar naar hersenorganisatie. Ze onderzochten onder andere statische functionele connectiviteit, dynamische functionele connectiviteit, globale connectiviteit en de complexiteit van spontane hersensignalen. Dit zijn technische maten waarmee je kunt zien hoe stabiel, flexibel, gescheiden of juist geïntegreerd hersennetwerken tijdelijk functioneren

Een belangrijk doel was om te bepalen of 2C-B herseneffecten laat zien die passen bij klassieke psychedelica, en of verschillen tussen 2C-B en psilocybine mogelijk samenhangen met hun farmacologische profiel. Daarbij werd niet alleen gekeken naar 5-HT₂A-receptoren, maar ook naar andere serotonerge receptoren en monoamine-transporters zoals DAT, SERT en NET

Belangrijkste bevinding: minder scheiding binnen netwerken, meer verbinding tussen netwerken

Zowel psilocybine als 2C-B veranderden de functionele organisatie van het brein duidelijk ten opzichte van placebo. Beide middelen verminderden de connectiviteit binnen bepaalde netwerken, vooral in visuele netwerken en delen van het default mode network. Tegelijkertijd namen verbindingen tussen netwerken en tussen subcorticale en corticale gebieden toe. Dit past bij het idee dat psychedelica tijdelijk de normale netwerkgrenzen in het brein minder strak maken.

Bij psilocybine waren sommige tussen-netwerk-effecten breder en sterker dan bij 2C-B. 2C-B liet daarentegen op sommige plekken juist meer toename zien in transmodale connectiviteit, zoals verbindingen tussen delen van het default mode network en het frontopariëtale netwerk. Dat suggereert dat beide middelen niet simpelweg hetzelfde doen, maar elk een eigen ruimtelijk patroon in het brein oproepen.

https://triptherapie.nl/wp-content/uploads/2024/12/2-CB.png

Meer complexiteit in hersensignalen

Een tweede belangrijke bevinding is dat zowel 2C-B als psilocybine de complexiteit van spontane BOLD-signalen verhoogden. Dit werd onder andere gezien in visuele gebieden en thalamische gebieden. De onderzoekers zagen geen duidelijk verschil tussen 2C-B en psilocybine op deze maat. 

Dat is relevant omdat verhoogde signaalcomplexiteit vaak wordt genoemd als een kenmerk van psychedelische toestanden. Het betekent niet automatisch dat het brein “beter” werkt, maar wel dat de normale voorspelbaarheid van hersensignalen tijdelijk verandert. In simpele woorden: het brein lijkt tijdelijk minder vast in gebruikelijke patronen te functioneren.

Psilocybine gaf meer dysfore of intense subjectieve effecten

De onderzoekers probeerden de doses van 2C-B en psilocybin qua psychoactieve sterkte vergelijkbaar te maken. Rond het moment van de fMRI-scan waren de actuele intensiteitsmetingen vergelijkbaar. Toch rapporteerden deelnemers achteraf meer algemene altered-state-effecten en meer angstige ego-dissolutie onder psilocybine dan onder 2C-B.

Dat ondersteunt het idee dat twee psychedelica bij vergelijkbare acute intensiteit toch verschillend kunnen aanvoelen. Dit is belangrijk voor toekomstig onderzoek, omdat tolerantie, emotionele belasting en subjectieve intensiteit allemaal kunnen meespelen bij de geschiktheid van een middel in een begeleide setting.

https://triptherapie.nl/wp-content/uploads/2019/06/Psilocybin-molecule.jpg

Het farmacologische profiel lijkt mee te bepalen waar het brein verandert

Een interessant onderdeel van deze studie is dat de onderzoekers de fMRI-resultaten vergeleken met PET-kaarten van receptor- en transporterdichtheid. Zij vonden dat veranderingen in dynamische connectiviteit bij beide middelen ruimtelijk samenhingen met 5-HT₂A-receptordichtheid. Tegelijk zagen zij dat verschillen tussen 2C-B en psilocybine mede samenhingen met andere systemen, waaronder 5-HT₁A en DAT. 

Dit sluit aan bij een bredere ontwikkeling in psychedelisch onderzoek: niet alleen 5-HT₂A is belangrijk. Verschillen tussen middelen kunnen ook voortkomen uit interacties met andere serotonerge, dopaminerge en noradrenerge systemen. Daardoor kunnen verschillende psychedelica elk een eigen neurobiologisch profiel hebben, ook als ze allemaal als “psychedelisch” worden ervaren.

Why this research is important

Deze studie laat zien dat 2C-B wetenschappelijk bruikbaar kan zijn om beter te begrijpen hoe verschillende psychedelica het brein beïnvloeden. 2C-B vertoonde eigenschappen die lijken op klassieke psychedelica, zoals netwerkdesegregatie en verhoogde hersensignaalcomplexiteit. Tegelijk liet 2C-B ook eigen patronen zien ten opzichte van psilocybine.

Voor de psychedelische wetenschap is dit relevant omdat toekomstige toepassingen mogelijk niet alleen draaien om “wel of geen psychedelisch effect”, maar om welk middel welk profiel heeft. Sommige middelen kunnen bijvoorbeeld korter werken, subjectief minder zwaar aanvoelen of andere netwerkpatronen beïnvloeden. Deze studie bewijst nog geen klinische toepassing, maar helpt wel bij het begrijpen van verschillen tussen stoffen.

Important limitations

De studie had een kleine steekproef. De onderzoekers geven zelf aan dat een grotere groep nodig is om verschillen tussen 2C-B en psilocybine robuuster te detecteren. Niet-significante verschillen mogen daarom niet worden gelezen als bewijs dat beide middelen gelijk zijn.

Een tweede beperking is dat er nog geen goede in-vivo receptorbezettingsdata voor 2C-B beschikbaar zijn. Daardoor blijven de farmacologische interpretaties indirect. Ook wijzen de onderzoekers erop dat PET-gebaseerde receptorkaarten vooral ruimtelijke overlap laten zien en niet automatisch bewijzen dat een bepaald receptor- of transportersysteem causaal verantwoordelijk is voor het effect.

Daarnaast blijft het lastig om psychedelica eerlijk met elkaar te vergelijken. De ervaring, duur, intensiteit en farmacologie verschillen per stof. Eén enkele dosis 2C-B vergelijken met één enkele dosis psilocybine is wetenschappelijk waardevol, maar het blijft een benadering.

Conclusion

Deze studie laat zien dat 2C-B en psilocybine allebei acute veranderingen veroorzaken in de functionele organisatie van het brein. Beide middelen verminderen tijdelijk de gebruikelijke scheiding binnen bepaalde hersennetwerken, verhogen verbindingen tussen netwerken en vergroten de complexiteit van hersensignalen. Tegelijk zijn de patronen niet identiek. Psilocybine lijkt in deze studie op sommige punten bredere netwerkveranderingen te geven, terwijl 2C-B een eigen profiel laat zien dat mogelijk samenhangt met andere farmacologische aangrijpingspunten.

De juiste conclusie is daarom: dit is geen behandelstudie en geen bewijs voor therapeutisch gebruik van 2C-B, maar wel een belangrijk neurowetenschappelijk onderzoek dat laat zien dat verschillende psychedelica vergelijkbare én stofspecifieke effecten op hersennetwerken kunnen hebben.


 
Posted : 21 May 2026 15:01